Alle berichten van Marnix Jansen

Mijlpalen in Jazz

Ontstaan in:
1900 Ragtime
1910 New Orleans jazz
1917 Chicago jazz
1930 Swing (bigband period)
1940 Bebop
1955 Hardbop
1960 Free jazz
1970 Fusion
1980 Cross-over
1990 Global Music (Wereldmuziek)

1. Ragtime is een pianostijl die in New Orleans door zwarte pianisten in danslokalen en cafés wordt gespeeld. Kenmerkend is de combinatie van een gesyncopeerde melodie in de rechterhand en een strakke begeleiding in de linkerhand. De ene hand ontloopt de accenten van een 4/4 maat, de andere hand benadrukt het juist. Beroemde ragtime-muzikant is Scott Joplin, “The Entertainer.”
2. De geschiedenis van de jazz begint in New Orleans. Zwarte muzikanten worden van straat geplukt en spelen voor geld. In de lokale club Storyville weerklinkt de eerste jazz. Een jazzband in New Orleans bestaat uit twee secties: een melodiesectie (trompet, trombone, klarinet) en een ritmesectie (piano, gitaar/banjo, tuba/bas, slagwerk). De band speelt eerst een thema. Ondertussen improviseren de andere instrumenten tegenmelodieën. Dit gelijktijdig improviseren heet collectieve improvisatie.
3. In 1917 wordt Storyville gesloten en gesloopt. Het centrum van de jazz verplaatst zich dan van New Orleans naar Chicago. De twee secties binnen de band blijven bestaan, maar de banjo wordt vaak vervangen door de gitaar en de tuba door de bas.
Een nieuw instrument wordt toegevoegd: de saxofoon. De jazz verandert muzikaal. De nadruk ligt niet langer meer op de eerste en de derde tel maar op de tweede en vierde tel.
4. Pas in de Swingperiode (vanaf 1930) wordt jazz echt bekend. Kansas City wordt het centrum van de nieuwe ontwikkelingen. In plaats van de collectieve improvisaties en solo’s uit New Orleans en Chicago is er nu ruimte voor improvisatie van de leiders. De band speelt ondertussen korte, vaak herhaalde tegenmelodieën (riffs). Dit heet swing. De muziek swingt ook echt. Belangrijke bandleiders: Count Basie, Duke Ellington, Benny Goodman en Glenn Miller.
5. Een aantal jazzmuzikanten uit een bigband trekt zich na een optreden terug in een café om daar de rest van de nacht te experimenteren met een kleine band. Zo ontstond de bebop. Bebop is nerveuze, soms gejaagde of agressief klinkende muziek. Er zitten veel ingewikkelde akkoorden in en er is genoeg ruimte voor solo’s. Belangrijke namen: Charlie Parker, Dizzy Gillespie, Thelonious Monk en Kenny Clark.
6. In contrast met de Cooljazz ontstaat in het midden van de jaren vijftig de Hardbop (ook wel hardbop Regression genoemd). Doordat de Cooljazz aan de westkust van de VS enorm aanslaat, vooral in Los Angeles waar de filmstudio’s zijn gevestigd, hebben de jazzmuzikanten aan de oostkant in New York steeds minder werk. Daarom experimenteren zij met een nieuwe extraverte jazzstijl vol emotie. De akkoordenschema’s worden eenvoudiger, veelal blues-schema’s en het stuwende ritme wordt weer belangrijk.
7. In jazz is de vrijheid om eigen ideeën te gebruiken groot. Toch blijven het thema en het akkoordenschema de uitgangspunten en basis van een jazznummer. De vrijheid zit hem meer in het improviseren. In de Free jazz keert de collectieve improvisatie (uit de New Orleans/Chicago jazz) weer terug, maar nu zonder een akkoordenschema.
8. In de jaren zestig maakt de jazz heel wat ontwikkelingen door: oude jazz, swing, bebop, cool. Het experimenteren gaat onverminderd door. Zo ontstaat een combinatie van jazz en pop, de Jazzrock later Fusion genoemd. De Miles Davis-plaat Bitches Brew (1970) is een mijlpaal in de Fusion.
9. Cross-over is een term die gebruikt wordt voor een mix van verschillende soorten muziek. De muziek van New Cool Collective is daar een treffend voorbeeld van; een mengsel van Latijns-Amerikaanse ritmes, beats en jazz uit de jaren zestig.
10. Muziek die bij een streek hoort en een lange traditie heeft waarin de muziek nauwelijks verandert, is volksmuziek. De muziek wordt mondeling overgeleverd en is vooral te vinden in landelijke gebieden. Een vermenging van volksmuziek en popmuziek noemen we Wereldmuziek of Global Music. Voorbeelden zijn rai (een combinatie van Algerijnse volksmuziek en popmuziek) en Afro-Cuban volksmuziek (Buena Vista Social Club).

Oude jazz coryfeeën, kennen we ze nog….

Door Herbert Noord, Hammond organist

Zit ik in de auto naar het radio 1 journaal te luisteren ’s avonds na half zeven, zetten ze plotseling een stukje muziek op. Zonder waarschuwing vooraf. Meedogenloos, want vals, vals niet te geloven zo vals. Je ontkomt praktisch nergens meer aan de muzikale ellende, ook hier dus niet.
Ik drukte meteen de beste voorziening van de autoradio in, de mute-knop. Na drie minuten dacht ik dat de ellende wel voorbij zou zijn maar ik pikte nog net het staartje mee. De heer Govert van Brakel
kondigt deze muzikale treurnis af met de woorden:
“Het klinkt een beetje als Billie Holiday, deze Judie Holland,,,,” (Govert kan af geserveerd worden als zijnde toon doof)
Te erg voor woorden was deze zeurzangeres in optima forma.
Arme Billie.
Vriend van mij vertelde, dat hij laatst in een restaurant zat te eten waar op de achtergrond Billie Holiday te beluisteren viel, dacht hij. Toen hij eventjes beter luisterde, wist hij meteen dat het Billie Holiday niet kon zijn vanwege de timing of beter het gebrek daaraan. Hij vroeg wie deze imitatrice
Wel mocht zijn. Het bleek ene Madeleine Peyroux. Heeft ongetwijfeld ontelbare CD’s verkocht met deze volksverlakkerij.
Raakte over dit soort zaken in een discussie verzeild met een andere vriend, die denkt dat luisteraars naar de imitators toch op een gegeven moment op zoek gaan naar het origineel. Dus je hoort Joey DeFrancesco en dan ga je op een goed moment op zoek naar Jimmy Smith.
Of je denkt, wie was dat nou, die Billie Holiday, die mijn toppertje Madeleine geïnspireerd schijnt te hebben.
Geloof ik in dat laatste? Nou, nee en wel om een aantal redenen.
De voornaamste: mensen zijn lui. Zij gaan zich niet inspannen om iets te achterhalen waar ze niet wezenlijk in geïnteresseerd zijn (Dan hadden ze de CD’s al in huis).
Een andere reden vormt de verkrijgbaarheid. Niet alle muziek van de vergeten grootheden is op CD verkrijgbaar (Internet biedt tegenwoordig uitkomst) In ieder geval hebben platenmaatschappijen er weinig belang bij oud materiaal opnieuw uit te brengen.
Laatst zag ik een oude NTS opname van de zangeres Sarah Vaughan. Het betrof een door Willem O Duys aangekondigd ‘spontaan’ optreden tijdens het Grand Gala du Disque uit 1963. Duys vroeg aan het in het publiek zittende Sarah: “Wilt u iets voor ons zingen?” Haar antwoord luidde bevestigend
En op de vraag wie haar dan moest begeleiden zei ze: “Douglas Duke, he is present too.”
Douglas Duke was een in die tijd in Nederland verblijvende Hammond virtuoos,
Als je Sarah even wat standerds hoort vertolken weet je meteen dat de hedendaagse zangeressen het wel kunnen schudden, vaak bij gebrek aan timing, muzikaliteit, stemvolume, toon en improvisatie vermogen, enkele echte jazzzangeressen uitgezonderd. Maar ga eens op de Albert Cuyp in Amsterdam of in de Spuistraat in Den Haag staan met een microfoon en vraag passanten wie Sarah Vaughan was en wie Madeleine Peyroux is en als je al antwoord krijgt zal dat zeker ten faveure van laatstgenoemde zijn. Sarah’s naam zal bij de meesten geen bel doen rinkelen ben ik bang,

Tant pis, het is niet anders,
Herbert

Joep Lumeij – Contrabas

Joep Lumeij

Joep Lumeij studeerde contrabas en gitaar aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag.
Hij speelde in talloze theaterproducties en musicals met de meest uiteenlopende artiesten van Astrid Seriese tot Andre van Duin en van Ramses Shaffy tot het Nederlands Kamerkoor.

Sinds 2000 is hij orkestleider van het Deep River Quartet waarmee hij in binnen- en
buitenland tourt. Daarnaast wordt hij regelmatig ingezet bij diverse kleinere en grotere projecten.

Danny Nicholas – Gitaar

danny nicholasDan Nicholas groeide op in New York en New Jersey. Hij speelde vanaf jongs af aan gitaar en op zijn achttiende begon hij te sturen met de befaamde jazz pianist en opleider Dr. Barry Harris. Gedurende zijn vormende muzikale jaren deelde hij het podium met een aantal van New York’s bekende artiesten waaronder Jimmy Vass, George Braithe, Jimmy Lovelace and Frank Gant.

Nicholas verhuisde in 2001 naar Nederland en heeft sindsdien opgetreden met een formidabele hoeveelheid Nederlandse en Internationale muzikanten waaronder John Ruocco, Ferdinand Povel, Dave Glasser, Ben Herman, Jimmy Halperin, Joris Roelofs, Marco Kegel, Ben van Gelder, Barry Harris, Dado Moroni, Peter Beets, Frans Elsen, Juraj Stanik, Ack van Rooyen, Phil Harper, John Marshal, Ruud Jacobs, Greg Hutchinsen en Owen Hart Jr.

Dan Nicholas wordt onder meer beïnvloed door Barry Harris, Charlie Parker, Thelonious Monk, Lester Young, John Coltrane, Wes Montgomery, Jim Hall en vele, vele anderen.

Johan Clement – Piano

johan clementJohan Clement, Belgische/Nederlandse pianist, geboren te Antwerpen op 20-08-1955 en op 10 jarige leeftijd samen met zijn ouders verhuisd naar Roosendaal, Nederland. Vanaf 1983 actief als professioneel musicus vooral in Belgie in het trio van Roger Vanhaverbeke, en veel samengewerkt met topmusici zoals o.a.:

Toots Thielemans; Dee Daniels; Deborah Brown; Art Farmer; Scott Hamilton; Cecil Payne; Georgie Fame; Mark Murphy; Sal Nistico; Jerome Richardson; Johnny Griffin; Tony Coe; Etta Cameron; Joe Newman; Dave Pike; Clark Terry; Gianni Basso; Benny Bailey; Idrees Sulieman; Ed Thigpen; Lou Tabackin; Richard Boone; Majorie Barnes; Ferdinand Povel; Ack van Rooyen; Rachel Gould; Bruno Castellucci; Adrianne West; Bill Skeat; Danny Doriz; Madeline Bell; Harry Allen; Peter King; Rita Reys; Bert Joris; Jean François Prins; Judy Niemack; Phil Abraham; Philip Catherine; Ali Ryerson; Slide Hampton; e.v.a……….

Ook heeft Johan zijn medewerking verleend aan diverse radio- en TV- programma’s in Belgie en Nederland. Bekendere groepen waarmee is gewerkt en/of tournee’s gemaakt zijn o.a.: The Golden Gate Quartet; The Platters en het BRT Orkest. Johan Clement is pianodocent aan het Conservatorium van Rotterdam. In het verleden is hij docent geweest aan het Conservatorium van Antwerpen (1988) Leeuwarden (1989) Groningen(1990-1993) en Rotterdam, CODARTS, (1989 tot op heden), heeft zowat met alle Belgische en Nederlandse Jazzmusici samengewerkt.

Daarnaast was Johan Clement vaste pianist bij het Belgische New Look Trio, 1983-2011, met aan de bas: Roger Vanhaverbeke en Freddie Rottier aan de drums, tot en met 1995, daarna is Freddie Rottier vervangen door Luc Vanden Bosch ( drums ) tot op heden.

Vanaf Januari 2011 tot op heden heeft Johan Clement samen met Luc Vanden Bosch het “New Look Trio” van de Belgische bassist Roger Vanhaverbeke, die ons verlaten heeft op 5 maart 2011, op de leeftijd van 80 jaar, voortgezet onder de naam Trio Johan Clement (B).

Jazzfestivals o.a. North Sea Jazzfestival; Bahrein Jazzfestival; Cannes Jazzfestival; Brussels Jazzfestival; Jazzfestival Gouvy; Jazzfestival Middelheim; Jazz Ascona; etc…

Reizen en tournee’s door de Benelux; Duitsland; Engeland; Frankrijk; Zwitserland; Midden Oosten; Afrika; India; Mauritius, etc…

Ook is Johan Clement sinds al die jaren steeds actief geweest als free-lance musicus en heeft ook verschillende andere trio’s gehad met wisselende ritme-secties.

Bart Tarenskeen – Contrabas

Bart TarenskeenStudeerde contrabas lichte muziek aan de Hogeschool voor Kunsten in Arnhem.
Bart Tarenskeen speelt in het Millennium Jazz Orkest en componeert.
Hij heeft samen met Simon Rigter, Rob van Bavel en Remi Troost een kwartet opgericht.
De muziek van John Coltrane is uitgangspunt. Die invloed, gecombineerd met zowel invloeden uit perioden voorafgaand aan Coltrane als ook recentere ontwikkelingen worden verwerkt tot
een uitgebalanceerd geheel.
Het belangrijkste in de muziek van Tarenskeen is de blues, de swing en de energie waarmee dat wat op papier staat hoorbaar gemaakt wordt. De inbreng van piano, drums en tenor is hierbij van groot belang. De onmiskenbare virtuositeit wordt belangeloos in dienst gesteld van de muziek en het gevoel dat die teweeg moet brengen.
Een paar jaar geleden kwam een life-CD uit (‘Zig-Zag’) van dit kwartet met daarop een driedelige suite als eerbetoon aan John Coltrane.

 

Sven Schuster – Contrabas

De in Amsterdam woonachtige bassist/componist Sven Schuster maakt met zijn kwartet  Amerikaanse jazz (weliswaar met een Europese sensibiliteit) zonder invloeden uit andere windstreken. Zijn concept, hoewel minder verrassend, overtuigd vanwege de frisheid van zijn composities, de tomeloze swing en de aantrekkelijke mix van persoonlijkheden. Zijn kwartet wordt een nieuwe aanwinst genoemd met o.a. de drummer Steve Altenberg, saxofonist Efraïm Trujillo en gitarist Anton Goudsmit. Sven heeft zich absoluut laten inspireren door de jong overleden bassist van Bill Evans: Scott LaFaro. Ook hij wisselt begeleidende functie af met melodisch tegenspel en virtuoze solo’s

Schuster speelt functioneel en degelijk contrabas, met een prachtige toon. Toch is hij steeds weer in gesprek met drums en piano. Het is fascinerend om  deze “interplay” te horen gebeuren.

Er is een kans dat het nummer van Schuster “One For Charlie” wordt gespeeld waarin een sterk staaltje boventonen strijkwerk wordt gespeeld.

Sven en Hein treden wekelijks op in café Alto in Amsterdam. Je zou kunnen zeggen dat de heren aan elkaar gewaagd zijn.

Ruud Ouwehand – Contrabas

Studeerde bas en basgitaar aan het Conservatorium  van Hilversum. Hij geeft thans les aan de Conservatoria  van Enschede en Amsterdam o.a. Combo Coaching.

Hij heeft gespeeld met grote namen: Ferdinand Povel, Soesja Citroen, Chet Baker en Archie Shepp.

Ruud Ouwehand trad op in Moskou, Berlijn, Lissabon, en Parijs. Ook in Indonesië is hij te horen geweest. Hij was te vinden op podia van het North Sea Jazz Festival, en de jazzfestivals van Kiel en Jakarta.

Ruud is programmeur voor het Jazzpodium De Tor in Enschede.

John Marshall – Trompet/Flügelhorn

John Marshall (1952) werd geboren in Wantagh, NY. Vanaf 1971 werkte hij en maakte opnames met een lange lijst van “Jazz Giants”  zoals Buddy Rich, Mel Lewis, Lionel Hampton,  Gerry Mulligan, George Coleman, Buck Clayton en Dizzy Gillespie om er een paar te noemen. Hij is voortdurend bezig met zijn vak en hij blijft zich verbeteren, studerend met de beroemde leraar contrabas Carmine Caruso en met trompettist Lonnie Hillyer.

John gaf leiding aan het kwintet “The Bopera House”van 1987 tot 1991.

In 1992 kwam de West German Radio- Television (WDR) Big Band in Keulen met een aanbod dat hij niet kon weigeren. Hij kon  hoofd trompettist worden in dat orkest, een positie, die hij aannam en waardoor hij uiteraard naar Duitsland moest verkassen. Ondanks de drukte die deze job met zich meebracht, kon hij toch minstens twee keer per jaar een bezoek brengen aan New York om er te spelen en CD’s op te nemen. Het laatst verscheen hij daar om op te treden met saxofonist Grant Stewart en drummer Leroy Williams, waarbij lovende kritieken in Jazz Improv. NY Magazine geschreven door Ira Gitler werden geschreven.

John speelt regelmatig met Ferdinand Povel  en ook met hem zijn verschillende CD opnames gemaakt. Inmiddels rijst zijn ster met de WDR big band nog steeds,

David Lukacs – Klarinet/Saxofoon

David Lukacs werd in 1978 geboren in Breda en begon met klarinetspelen op elfjarige leeftijd. Toen hij zestien was ging hij naast klarinet ook tenorsax spelen.
Inmiddels is hij een klarinettist en saxofonist van ongekende klasse, die ook internationaal opereert.
Als zoon van een groot jazzliefhebber is hem de jazz met de paplepel ingegoten.
Hij studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij John Ruocco, Barry Harris, Scott Hamilton en Lee Konitz. Als twintigjarige won  hij in 1998 de ‘Kobe Jazz Award’. In 1998 en 1999 toerde hij door Japan.
Op het North Sea Jazz Festival en in het Concertgebouw in Amsterdam bracht hij een tribute to Benny Goodman.
Hij doceert aan het conservatorium van Lenk, Zwitserland.

David is sinds een paar jaar bandlid van de Dutch Swing College Band waarmee hij de hele wereld over reist.

Hein van der Gaag – Piano

Hein van der Gaag bracht zijn kinderjaren door in verschillende Zuid-Amerikaanse landen, omdat zijn vader ambassadeur was. (een groot verzetsheld in W.O. II trouwens!).In Mexico  City maakte hij kennis met de boogiewoogie zoals die werd uitgevoerd door Meade Lux Lewis, Pete Johnson en Albert Ammons. Eenmaal in Nederland volgde hij een opleiding in percussie, slagwerk, pauken en vibrafoon aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Later als pianist trad hij onder meer op met grootheden als Art Farmer, Johnny Griffin, Ray Nance, Toots Thielemans, Art Blakey, Ben Webster, Eddie “Lockjaw” Davis en Chet Baker.

In 1955 ( 18 jaar) had hij een eigen groep, het Hein van der Gaag Sextet  met Rein Bos (trp), Bob Rigter (ts), George Hanepen (g), Ben Tessensohn (b), Louis de Lussanet (drs)

Jarenlang vormde hij met Rob Hoeke het  boogiewoogie duo.

Hein trad op in vele festivals in de wereld o.a.in India, Pakistan en Cuba.

Hij woonde lange tijd in Kopenhagen, waar hij wekelijks optrad en de beroemde Montmartre jazz Club. Tot voor kort woonde hij in een studio in de Maaswijkstraat. Tegenwoordig is Zeist zijn woonplaats.

Peter Beets – Piano

Peter Beets (1971) krijgt van jongs af aan met muziek te maken. Klassieke muziek via zijn moeder, muziekpedagoge, jazz via zijn vader, gynaecoloog en een groot liefhebber van jazz. Hij krijgt zijn eerste pianolessen op zesjarige leeftijd, Hoewel zijn ouders een muziekloopbaan niet zien zitten, kruipt het muzikale bloed waar het niet gaan kan. Zowel zijn oudere broers Marius (1966) als Alexander (1968) worden beroeps op respectievelijk contrabas en tenorsax. Na zijn middelbare school studeert Peter vanaf 1989 aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, een studie die hij combineert met rechten. Uiteindelijk overwint, net zoals bij zijn broers, het jazzvirus.

Vanaf 1985 treden de drie broers op als “The Beets Brothers”. In 1988 wint Peter de prestigieuze “Pall Mall Swing Award” en een jaar later het Prinses Christina Concours. In 1990 verschijnt de eerste CD van The Beets Brothers, gevolgd door twee andere: “School is closed now” (1993) en “Brotherwise” (1995). Een jaar later (1996) maakt hij een trio-CD met de beroemde Amerikaanse drummer Jeff Hamilton, die grote bekendheid verwierf als drijvende kracht achter Monty Alexander en Oscar Peterson. Peter wordt een veel gevraagd pianist in binnen- en buitenland en begeleidt onder meer: Deborah Brown, Dee Daniels en Rita Reys. Tussen de bedrijven door rondt hij zijn conservatorium studie af in 1998, het jaar waarin hij vaste pianist van het “Jazz Orchestra of the Concertgebouw’ wordt en in Parijs de ‘Prix Martial Solal” wint, te midden van 56 pianisten uit 26 landen. Met trombone- en jazzlegende Curtis Fuller maakt Peter in 1999 een live CD en wint hij nog een prijs, “Le Concours de solistes de Jazz” in Monaco. Er volgen nog vele CD’s en niet ongenoemd mag blijven de spraakmakende CD, onlangs zondagmorgen op TV door hem gepresenteerd, “Chopin meets the Blues”, met eigentijdse jazzarrangementen van beroemde composities van de Poolse componist.

Peter Beets maakte succesvolle tournees in de meeste Europese landen en was te horen in Japan, Rusland, India en de Verenigde Staten, waar hij twee keer een week lang ”‘special guest” was in de New Yorkse jazzclub Birdland. Ook speelde hij er in het gerenommeerde Lincoln Center.

Peter Beets: Blues for Oscar

Schrijvers en jazz

door Bert Jansma

Veel auteurs die over jazz schrijven, hebben we niet. Maar tijdens een Boekenweek waarin het thema Literatuur en muziek is, wou ik toch even stilstaan bij de weinigen díe er zijn.Begin dit jaar kwam er een boek uit van Martin Schouten, ‘Zelfportret als neger’. Ik heb ’t nog niet aangeschaft, maar zal dat zeker doen. Niet dat ’t alleen over jazz gaat, het gaat – begrijp ik – ook nog over de intelligentie van blanken, zwarten en Aziaten. Wat ik daar dan mee moet, weet ik op voorhand niet zo een-twee-drie.Maar Schouten weet altijd op een prikkelende manier fictie, journalistieke belevenissen en jazzverhalen samen te binden. Zoals in ‘Billie en de president’, waarin voortreffelijke hoofdstukken over Thelonious Monk en over de twee figuren uit de titel, Billie Holiday en Lester Young, bijgenaamd Prez.

Ik herinner me er ook een hoofdstuk uit over Bix Beiderbecke, dat van het historische verhaal van de trompetlegende overspringt naar het Haagse jazzleven van de jaren vijftig. Rond een groep muzikanten die vooral ‘oud blank’ wilden spelen.Een groep met o.a. Serein Pfeiffer en de latere schrijver Frits Hotz, die Bix Beiderbecke zo aanbaden dat er op een kamer van eerstgenoemde aan de Haagse Madurastraat in een kastje naast de schuifdeuren zelfs een altaartje voor Bix was ingericht waar constant een kaarsje brandde. Het Bixorium heette dat.In dat nieuwe boek van Martin Schouten komt in elk geval een inmiddels oud geworden, vroeger Amsterdams vriendinnetje van saxofonist Coleman Hawkins ten tonele. Want Hawkins woonde en speelde lang geleden een tijdje in Amsterdam waar hij ook opnames maakte met The Ramblers.En Ben Webster komt er in voor.En dat is al heel wat.Al eerder heb ik voor deze microfoon het boek ‘Vreemd’ vermeldt, van tenorsaxofonist en schrijver Bob Rigter. Dat is fictie. Maar er zitten passages in die zo uit het rijke muzikantenleven komen.Een bandleider die een avondje heeft georganiseerd om een subsidiegever ervan te overtuigen dat hij echt steun verdient.Maar die daarvoor wel de beste freelancers – stukken beter dan hijzelve – heeft ingehuurd voor de kwaliteit. Nou, die maken er een potje van. De hoofdfiguur van Rigters boek, Monster genaamd en daardoor opgezadeld met de bijnaam Koekie – Koekie Monster u begrijpt ‘t – bestelt op die heuglijke avond een pizza. Want zorgen voor behoorlijk eten tijdens een schnabbel, forget it. Hij vraagt de pizza bezorger uitdrukkelijk of hij met die pizza tijdens het concert het toneel wil opkomen. Om aldus de organisator er op te wijzen dat muzikanten ook mensen zijn met magen. In de kleedkamer zit Monsters vaste saxofonist, de wat wereldvreemde Lo. Hij mag niet meedoen, want de organisator van het subsidie-avondje is zelf saxofonist. En van minder allooi. Dus met die waanzinnige vluchten die Lo op zijn sax pleegt uit te voeren wil hij al helemaal niet geconfronteerd worden.Maar Lo begint van pure speelvreudge vanuit de kleedkamer toch maar zeer hoorbaar mee te blazen, hetgeen leidt tot een klein pandemonium en het volkomen uit de hand lopen van dat subsidie-opzetje.Mooie momenten in een boek dat overigens gaat over liefde, over de losse eindjes die er uit mensenlevens plegen te hangen en die zo moeilijk aan elkaar te knopen zijn.

Inmiddels is er nog een boekje uit dat bijna alles met jazz heeft. Van J.Bernlef. Bernlef heeft al een aantal boeken over jazz op zijn naam. ‘Schiet niet op de pianist’ bijvoorbeeld en het polemisch-essayistische ‘Haalt de jazz de eenentwintigste eeuw?’ Zijn nieuwste heet ‘Hoe van de trap te vallen’, een bundel jazzverhalen met achterin een cd-tje waarop Bernlef een lang gedicht uit dat boekje uitspreekt, met muziek van pianist Guus Janssen – geen jazz dus. Bernlef is een knap schrijver en hij heeft altijd – en ook in deze elf verhalen en verhaaltjes – een originele invalshoek. Ze zijn deels fictie, deels persoonlijke herinnering. Wat dat laatste betreft is er een verhaal over een bezoek van Bernlef aan Kopenhagen en Götheburg waar hij jazzclubs binnengaat die van een bijna niet te schetsen triestigheid zijn. Eén man zit er al klaar aan een tafeltje, de vaste gast. Hij zit er al jaren en met alles dat hem wordt voorgespeeld en geblazen knikt en stampt hij troosteloos-enthousiast mee. Bernlef verlaat het pand met het gevoel dat hij naar vuiligheid heeft geluisterd. “Net porno”, schrijft hij, “het tonen van vals bloot, het opblazen van wat ooit, eens, in een ver verleden, echte emoties waren geweest, nu vervallen tot plichtmatige herhaling.”

Triest verhaal, al kan je je er iets bij voorstellen. Aansluitend het verhaal Jazzclub, over een groepje mannen dat ooit samen muziek maakte. Voor de tweede wereldoorlog nog de Swing Babies, na de oorlog de Bebop Boys. Ze komen nog altijd bijeen om plaatjes te luisteren. Vijftig jaar inmiddels al. De een loopt met een stok, de ander slikt pillen voor z’n hart, en weer een ander haalt voortdurend namen van bands en musici door elkaar. En ze zijn in de loop der jaren steeds dover geworden. Bij hun jubileumfeestje zet de leider van het stel, die niet doof is en ook nog eens twijfelt aan de eeuwigheidswaarde van jazz, platen op. Maar ditmaal geen jazz. Hij draait Schönbergs Verklärte Nacht. Maar de heren horen het niet. De een roept zoals altijd: Moet je die bariton horen! Want hij speelde zelf ooit baritonsax. De ander roemt de akkoorden van de pianist, die hij te zacht vindt opgenomen. Een derde zegt dat-ie deze opname van Charlie Parker met strings niet tot de absolute top rekent. De gastheer heeft al die platen van de Weense school van Schönberg en consorten in oude jazzhoezen gedaan. En die hoezen gaan onder bewonderend gemompel van hand tot hand. “Ik hoef eigenlijk geen platen meer te draaien”, zegt een van het stel. “Alles zit in mijn hoofd”. En ze vertrekken, met stok, en doof.

Het is waar, besluit Bernlef, die oude koppen zaten boordevol muziek: “Ze hoefden in het vervolg alleen nog maar bijeen te komen om elkaar begrijpend en in volstrekte eensgezindheid verzaligd toe te knikken”.

Mooi verhaal. Triest en eigenlijk ook wel vertederend.

Maar alstublieft lieve mensen, ik ben de zestig gepasseerd, slik ook m’n pilletjes, en heb ontzettend veel jazz in m’n hoofd verzameld in de loop der jaren.Echt, ik hoop met nadruk dat mij op dit ondermaanse nog véél nieuwe jazz-avonturen te wachten staan.

Jan Voogd – Contrabas

Jan Voogd maakt al jaren deel uit van de Nederlandse jazzscene en speelde met binnen- en buitenlandse jazzmusici, waaronder Chet Baker, Soesja Citroen, Martin van Duynhoven, Sal Nistico, Clark Terry, Sarah Vaughan en met het Rotterdams Filharmonisch.

Hij maakte vele tournees met verschillende bands in Japan, India en landen in Afrika.

Hij is hoofdvakdocent bas aan het Gronings conservatorium en is een van de leden, naast Jan Menu, baritonsaxofoon en Maarten van der Grinten, gitaar van DIG d’ DIZ. Zij maken eigenzinnige muziek. Datzelfde geldt voor de samenstelling en de musici van DIG d’ DIZ. Bij deze vorm van muziek zijn klankkleur en dynamiek, twee karakteristieken waaraan in jazzmuziek doorgaans pas in tweede instantie aandacht wordt geschonken, bij DIG d’ DIZ een integraal onderdeel van de muziek. In de kleine zaal van het Concertgebouw was het trio ook te horen met het Mondriaan Strijkkwartet, een combinatie die de stijl van DIG d’ DIZ onderstreept: hedendaagse kamermuziek met jazzwortels.

Heleen Schuttevaer – Piano/Zang/Jazzhost

Heleen neemt in de Nederlandse jazz een bijzondere plaats in als een van de weinige pianistes die ook zingen. ‘Swinging & Sophisticated brengt zij muziek die bij velen geliefd is: bekende jazzstandards, bossa’s, ballads en jazz blues.

Als kleuter speelde Heleen al na op de piano wat ze op de radio en plaat hoorde. Zij is full time pianiste geworden en bandleider. Na jazzpianolessen van o.a. Michiel Borstlap, Bert van den Brink en Peter Beets kreeg haar natuurlijke swing de technische ondersteuning waar het haar als autodidact aan ontbrak en startte zij een succesvolle carrière in de jazz.

Zij heeft een trio met bassist Bart Tarenskeen en drummer Wim de Vries. Met dit trio treedt zij regelmatig op in New York’s 52nd street. Mede door haar plezierige presentatie en ‘open mind’ voor de verschillende jazzstijlen trekken Heleen’s optredens een groot publiek.

Zij trad al op met Ferdinand Povel, John Engels, Denise Jannah, Saskia Laroo en Carolyn Breuer.

Ferdinand Povel – Altsaxofoon/Tenorsaxofoon

Ferdinand Povel heeft gespeeld met een keur aan beroemde muzikanten. We noemen de Amerikaanse Stan Getz, Ella Fitzgerald en Sarah Vaughan, Art Farmer, Dexter Gordon, George Coleman, Ron Carter en de Nederlandse Soesja Citroen en Greetje Kauffeld, Ack van Rooyen, Piet Noordijk, Frans Elsen, Cees Slinger en vele anderen.

Sinds 2000 speelt hij in de band van trompettist John Marshall en in een groep met Ruud Jacobs, die ook Rita Reys begeleidt. Onderscheidingen zijn er: recent de VPRO Boy Edgar prijs, zoals vermeld, de Meerjazz Prijs van de gemeente Haarlemmermeer, Nordring Radio Solistenprijs van de Europese Radio Unie, de Haagse Jazzprijs.

In de jaren tachtig was hij lid van het beroemde AVRO radio-orkest De Skymasters en vanaf 1978 geeft hij les aan Nederlandse conservatoria.

Martien Oster – Gitaar/Zang/Componist

Martien studeerde aan het Musician Institute in Los Angeles. Hij is o.a. winnaar geweest van het Meervaart Jazz Festival. Daarna, op zijn vierentwintigste, wordt hij docent op het conservatorium van Hilversum. Tegenwoordig geeft hij les op het conservatorium van Amsterdam.

Martien speelde met Chet Baker, Toots Thielemans, Deborah Brown en Monty Alexander.

In 2001 begon zijn samenwerking met de beroemde hammondorganist Dr Lonnie Smith.

Ellister van der Molen – Trompet/Flügelhorn

Ellister is geboren op 1 maart 1977. Zij groeit op in een muzikale familie. Aanvankelijk krijgt zij op het Haags Conservatorium een klassieke opleiding en wint diverse prijzen. Opgegroeid met ouders die jazz speelden, was het geen grote overstap naar de jazz. Zij krijgt o.a. les van Jarmo Hoogendijk, Ack van Rooyen, Ruud Breuls en Eric Vloeimans. Vervolgens wordt zij met
haar uitzonderlijk talent opgenomen in het trio van Rein de Graaff en fluitist Sam Most en speelt later met het David Lukacs kwintet.

Frits Landesbergen – Vibrafoon/Slagwerk/Arrangeur

Frits Landesbergen studeerde af in 1985, cum laude, aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam. Behalve met zijn eigen combo, Frits Landesbergen & Friends, heeft hij opgetreden met vele bekende jazzartiesten zoals Madeline Bell, het Rosenberg trio, Georgie Fame, Milt Jackson, Toots Thielemans, Eddie Daniëls, Scott Hamilton, Joe Pass, Buddy DeFranco, Monty Alexander.

Hij was korte tijd slagwerker van de Hoornse bigband, waar zijn vader gitaar speelde. Onder de vele prijzen die hij heeft gewonnen zijn de Wessel Ilckenprijs en de Pall Mall Swing Award.

Rob van Kreeveld – Piano

 

Nadat hij na 25 jaar van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag als docent afscheid nam, is Rob van Kreeveld zich nog intensiever gaan bezighouden met optredens met muzikanten, Haagse en anderen, soms al beroemd maar ook en vooral met een reeks jonge jazzpianisten.

Hij speelde o.a. met Stan Getz, met Frits Landesbergen, hij begeleidde Ann Burton en maakte muziek op teksten van Paul van Vliet (Meisjes van dertien, Veilig achter op de fiets, De Zee e.d.) Hij werd na het conservatorium muzikaal leider van het cabaret van Paul van Vliet. Op een dag hoorde hij zijn buurmeisje waar hij later mee zou trouwen,  iets heel moois klassiek spelen op haar piano en dat bracht hem er destijds toe naar het conservatorium te gaan. Op dat oude conservatorium op de Korte Beestenmarkt kon je voor jazz nog niet terecht. Een van zijn eerste leraren was overigens Theo van der Pas, een beroemd solist. Door jazz werd hij gegrepen nadat hij eind jaren vijftig Oscar Peterson had horen spelen: Jazz at the Philharmonic. De jazz opleiding heeft vorm gekregen door Frans van Elsen, die er in Rotterdam mee was begonnen.  Rob kon starten met zijn jazzlessen in Den Haag, zonder programma, zonder methode. De kunst van het improviseren, daar gaat het om voor hem. ‘Daar ga ik nog eens een boek over schrijven,’ aldus Rob van Kreeveld.

Sjoerd Dijkhuizen – Saxofoon

Sjoerd komt op jeugdige leeftijd via zijn vader in aanraking met de jazzmuziek. Hij gaat met hem naar saxofonisten als Johnny Griffin, Arnett Cobb en Clifford Jordan luisteren en richt zich vervolgens na piano- en klarinetlessen op de saxofoon. Hij gaat naar het Hilversums conservatorium, waar hij les krijgt van Ferdinand Povel. Tijdens zijn studie speelt Sjoerd in diverse orkesten, o.a. Ramblers en Metropole Orkest en wordt hij lid van de New Concert Big Band o.l.v. Henk Meulgeest, nu bekend als het Jazz Orchestra of the Concertgebouw. Als sideman is hij te beluisteren bij artiesten als Greetje Kauffeld, Rita Reys en Jarmo Hoogendijk. Hij werkte ook samen met Cees Slinger en Frans Elsen. De laatste twee zijn enige tijd geleden overleden. Ook speelt hij regelmatig met pianist Rein de Graaff. Met deze groep is een CD uitgebracht, “After Hours”.

De basis van Sjoerd’s speelstijl is geworteld in de traditie van de grote jaren ’50 saxofonisten als Hank Mobley, Sonny Stitt en Zoot Sims. Zijn uitmuntende instrumentbeheersing en de rust en ruimtelijkheid die hij uit, maken hem een geliefde solist. Zijn grote voorbeeld is Dexter Gordon.

 

Berend van den Berg – Piano/Arrangeur

Hij studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en is momenteel leraar aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij heeft gespeeld met de jazz coryfeeën John Clayton, Dee Daniëls, Chet Baker en Toots Tielemans. Hij begeleidde Ann Burton, Denise Jannah, Astrid Seriese e.v.a. Hij schreef kinderliedjes voor kindertheaterprogramma’s. Op dit moment speelt hij veel  in het Hein de Jong Quartet, waar vaak aanschuiven saxofonist Ferdinand Povel en drummer John Engels. Ten slotte kan nog worden vermeld dat hij de laatste jaren veelvuldig zijn medewerking verleent aan producties van Mathilde Santing.