Categoriearchief: Jazz weetjes

Blijvend Applaus voor Ack van Rooyen

(‘jazz bulletin’ juni 2017)

Bugelspeler Ack van Rooyen, een graag geziene en gehoorde gast bij Friday Night Jazz, krijgt op zijn 87ste de Blijvend Applaus Prijs 2017. Deze onderscheiding wordt sinds 1997 uitgereikt aan podiumkunstenaars op leeftijd in per jaar wisselende genres.

Eerdere laureaten waren onder anderen Ellen Vogel, Herman Krebbers & Theo Olof,  Paul van Vliet, Peter Koelewijn, Jard van Nes en vorig jaar Jenny Arean. Eenmaal eerder was de jazz aan de beurt: Piet Noordijk in 2008. Dit jaar werd opnieuw een ‘jazzjury’ samengesteld, die bestond uit Mijke Loeven, Bert Vuijsje en Ditmer Weertman. In het juryrapport zeggen zij onder meer: “Hij is sinds tientallen jaren een van de beste Europese jazzmusici. Hij heeft een imposante loopbaan in Frankrijk, Duitsland en Nederland. Hij is nog steeds actief en onverminderd creatief. Toch is Ack door zijn niet aflatende bescheidenheid nog altijd bekender bij zijn collegae dan bij het publiek. Reden temeer hem te eren met deze prijs, die bestaat uit vijfduizend euro en een bronzen sculptuur.

 

Mijlpalen in Jazz

Ontstaan in:
1900 Ragtime
1910 New Orleans jazz
1917 Chicago jazz
1930 Swing (bigband period)
1940 Bebop
1955 Hardbop
1960 Free jazz
1970 Fusion
1980 Cross-over
1990 Global Music (Wereldmuziek)

1. Ragtime is een pianostijl die in New Orleans door zwarte pianisten in danslokalen en cafés wordt gespeeld. Kenmerkend is de combinatie van een gesyncopeerde melodie in de rechterhand en een strakke begeleiding in de linkerhand. De ene hand ontloopt de accenten van een 4/4 maat, de andere hand benadrukt het juist. Beroemde ragtime-muzikant is Scott Joplin, “The Entertainer.”
2. De geschiedenis van de jazz begint in New Orleans. Zwarte muzikanten worden van straat geplukt en spelen voor geld. In de lokale club Storyville weerklinkt de eerste jazz. Een jazzband in New Orleans bestaat uit twee secties: een melodiesectie (trompet, trombone, klarinet) en een ritmesectie (piano, gitaar/banjo, tuba/bas, slagwerk). De band speelt eerst een thema. Ondertussen improviseren de andere instrumenten tegenmelodieën. Dit gelijktijdig improviseren heet collectieve improvisatie.
3. In 1917 wordt Storyville gesloten en gesloopt. Het centrum van de jazz verplaatst zich dan van New Orleans naar Chicago. De twee secties binnen de band blijven bestaan, maar de banjo wordt vaak vervangen door de gitaar en de tuba door de bas.
Een nieuw instrument wordt toegevoegd: de saxofoon. De jazz verandert muzikaal. De nadruk ligt niet langer meer op de eerste en de derde tel maar op de tweede en vierde tel.
4. Pas in de Swingperiode (vanaf 1930) wordt jazz echt bekend. Kansas City wordt het centrum van de nieuwe ontwikkelingen. In plaats van de collectieve improvisaties en solo’s uit New Orleans en Chicago is er nu ruimte voor improvisatie van de leiders. De band speelt ondertussen korte, vaak herhaalde tegenmelodieën (riffs). Dit heet swing. De muziek swingt ook echt. Belangrijke bandleiders: Count Basie, Duke Ellington, Benny Goodman en Glenn Miller.
5. Een aantal jazzmuzikanten uit een bigband trekt zich na een optreden terug in een café om daar de rest van de nacht te experimenteren met een kleine band. Zo ontstond de bebop. Bebop is nerveuze, soms gejaagde of agressief klinkende muziek. Er zitten veel ingewikkelde akkoorden in en er is genoeg ruimte voor solo’s. Belangrijke namen: Charlie Parker, Dizzy Gillespie, Thelonious Monk en Kenny Clark.
6. In contrast met de Cooljazz ontstaat in het midden van de jaren vijftig de Hardbop (ook wel hardbop Regression genoemd). Doordat de Cooljazz aan de westkust van de VS enorm aanslaat, vooral in Los Angeles waar de filmstudio’s zijn gevestigd, hebben de jazzmuzikanten aan de oostkant in New York steeds minder werk. Daarom experimenteren zij met een nieuwe extraverte jazzstijl vol emotie. De akkoordenschema’s worden eenvoudiger, veelal blues-schema’s en het stuwende ritme wordt weer belangrijk.
7. In jazz is de vrijheid om eigen ideeën te gebruiken groot. Toch blijven het thema en het akkoordenschema de uitgangspunten en basis van een jazznummer. De vrijheid zit hem meer in het improviseren. In de Free jazz keert de collectieve improvisatie (uit de New Orleans/Chicago jazz) weer terug, maar nu zonder een akkoordenschema.
8. In de jaren zestig maakt de jazz heel wat ontwikkelingen door: oude jazz, swing, bebop, cool. Het experimenteren gaat onverminderd door. Zo ontstaat een combinatie van jazz en pop, de Jazzrock later Fusion genoemd. De Miles Davis-plaat Bitches Brew (1970) is een mijlpaal in de Fusion.
9. Cross-over is een term die gebruikt wordt voor een mix van verschillende soorten muziek. De muziek van New Cool Collective is daar een treffend voorbeeld van; een mengsel van Latijns-Amerikaanse ritmes, beats en jazz uit de jaren zestig.
10. Muziek die bij een streek hoort en een lange traditie heeft waarin de muziek nauwelijks verandert, is volksmuziek. De muziek wordt mondeling overgeleverd en is vooral te vinden in landelijke gebieden. Een vermenging van volksmuziek en popmuziek noemen we Wereldmuziek of Global Music. Voorbeelden zijn rai (een combinatie van Algerijnse volksmuziek en popmuziek) en Afro-Cuban volksmuziek (Buena Vista Social Club).